Mijn portefeuille

Bekijk uw portefeuille bij Stroeve Lemberger of uw depotbank

load content...

load content...

Wat zijn opties en futures?

Wat zijn opties en futures?

Wat zijn opties?

Een optie geeft de koper het recht gedurende een vastgestelde termijn (de looptijd) een vaste hoeveelheid van een onderliggende waarde tegen een overeengekomen prijs te kopen (call optie) of te verkopen (put optie). Met onderliggende waarde bedoelt men een vast aantal aandelen of obligaties, een hoeveelheid van een product of grondstof, een index of valuta.

Wat zijn futures?

Een future is een overeenkomst tot aankoop of verkoop van een goed of een financiële waarde die op een bepaald tijdstip in de toekomst door de verkoper aan de koper moet worden geleverd; dit tegen een prijs die bij het aangaan van het contract is vastgelegd. Zo bestaan er futures op diverse onderliggende waarden, zoals bijvoorbeeld aandelen, aandelenindices, commodities (grondstoffen en goederen) en valuta.

De soorten, typen, contractgrootten en bijzonderheden van opties en futures verschillen van beurs tot beurs. Beurzen geven vaak informatie omtrent de bij hen genoteerde en verhandelde opties en/of futures op het Internet.

Beschrijven van opties

2.1 Hoe werkt een optie?
Een belegger die een optie koopt doet dat door een zogenoemde openingskoop en wordt de koper genoemd. Het bedrag dat een belegger voor de optie betaalt, heet premie. De kooppositie die nu ontstaat in call- of putopties wordt ook wel een long-positie genoemd. De koper heeft het recht gedurende de looptijd per optie de vaste hoeveelheid van de onderliggende waarde tegen een vastgestelde prijs te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie). De optie houdt ooit op te bestaan; men noemt dat de expiratie van de optie. Als de koper van zijn recht gebruik wil maken, moet hij zijn optie uitoefenen. Dit kan alleen gedurende de looptijd. Bij sommige beurzen en typen opties kan men dat slechts op het eind van de looptijd althans op een bepaald moment doen. Na expiratie bestaat de optie en dus het recht in elk geval niet meer. Als de koper zijn recht tijdens de looptijd niet heeft uitgeoefend, loopt zijn optie waardeloos af en heeft hij als verlies de premie die hij heeft betaald. Meer dan de betaalde premie kan de koper van een optie niet verliezen.
Als een koper zijn optie gedurende de looptijd kwijt wil, kan hij dat doen door de optie te verkopen. Dat doet hij door een sluitingsverkoop.

Tegenover de koper, die een recht heeft gekocht, staat de verkoper, die ook wel schrijver wordt genoemd. De schrijver is zijn positie aangegaan door middel van een openingsverkoop. De schrijver heeft de plicht, als de koper dat eist, de onderliggende waarde te leveren (in het geval van een calloptie) of af te nemen (in het geval van een putoptie). De positie van de schrijver noemt men ook wel een short-positie. De schrijver ontvangt op het moment van het aangaan van de short-positie de premie die de koper heeft betaald. Als de schrijver gedurende de looptijd niet wordt ‘aangewezen’, bestaat de winst van de schrijver uit de ontvangen premie. Als een schrijver van een optie zijn positie gedurende de looptijd wil terugdraaien, kan hij dat doen door de optie terug te kopen. Dat doet hij door een sluitingsaankoop.

Indien iemand een calloptie schrijft terwijl hij de onderliggende waarde zelf bezit, wordt de optie als ‘gedekt’ aangemerkt. Een belegger kan ook een calloptie schrijven zonder dat hij de onderliggende waarde bezit. In zo’n geval spreekt men over ‘ongedekt’ schrijven. Geschreven putopties zijn altijd ongedekt. Aan short-posities zijn risico’s verbonden. Om er zeker van te zijn dat een schrijver van opties aan zijn verplichtingen kan voldoen, dient de schrijver een zekerheid (margin) te voldoen. De depotbank bepaalt de soort en hoeveelheid van deze margin.

Als een koper een optie koopt, wordt er in economische zin een contract gesloten tussen hem en de verkopende partij. Er is echter geen directe relatie tussen de koper en de schrijver van een optie. Een instituut, dat de clearing wordt genoemd, administreert alle long- en short-posities die als gevolg van de handel zijn ontstaan en stelt zich juridisch gezien op tussen koper en verkoper. Doorgaans zitten tussen koper en verkoper en het clearinginstituut aan beide zijden nog meer schakels, zoals hun bank of commissionair en een zogeheten clearing member. Koper en schrijver kennen elkaar dus niet.

Aan het kopen en verkopen van opties zijn risico’s verbonden. Een belegger dient niet over te gaan tot het kopen van een optie indien hij niet in staat is de betaalde premie te verliezen. Bovendien moet een belegger geen optie schrijven als hij niet in staat is een aanzienlijk financieel verlies te lijden.

Het kan voorkomen dat een beurs of toezichthouder voor de controle op de naleving van reglementen inzage verlangt in alle gegevens die betrekking hebben op orders en transacties. Daaronder kan eventueel ook de identiteit van de cliënt vallen. Dergelijke gegevens kunnen in bijzondere gevallen ook ter beschikking van justitiële autoriteiten worden gesteld, bijvoorbeeld in geval van verdenking van fraude of misbruik van voorwetenschap.

Sommige beurzen en toezichthoudende instellingen hebben met andere beurzen en toezichthoudende instellingen overeenkomsten gesloten om te regelen dat gegevens ook kunnen worden doorgegeven aan (buitenlandse) beurzen of toezichthoudende instellingen, indien dit nodig of wenselijk is met het oog op opsporing en preventie van regelovertreding of strafbare feiten.

De contractspecificaties

3.1 Standaardisatie
Opties die op beurzen worden verhandeld, voldoen aan een aantal standaardvoorwaarden. De standaardisatie heeft betrekking op de contractgrootte, de looptijd, de afloopdatum (expiratiedatum) en de uitoefenprijs. Deze gegevens vormen onderdeel van de contractspecificaties. De koers van de optie (de premie) is het enige variabele element en wordt genoteerd per eenheid onderliggende waarde.

De contractgrootte is de hoeveelheid onderliggende waarde waarop één optie betrekking heeft. Dat kan bijvoorbeeld zijn: 100 aandelen, de AEX-Index of een andere (aandelen)index, USD 10.000,- of een andere valuta etc.. De looptijd van een optie is de maximale termijn, waarbinnen de optie een recht (of plicht) vertegenwoordigt. Na expiratie heeft de optie dan ook geen waarde meer. Er worden opties verhandeld met verschillende looptijden. Dat kan bijvoorbeeld een maand zijn, maar ook een aantal jaren. De uitoefenprijs, tenslotte, is de prijs waartegen de houder van de optie de onderliggende waarde bij uitoefening van de optie mag kopen of verkopen; de uitoefenprijs wordt genoteerd per eenheid van de onderliggende waarde.

De laatste handelsdag van een optie is de laatste dag waarop handel in de betreffende, aflopende optieseries mogelijk is. In Amsterdam is dit bijvoorbeeld de derde vrijdag van de expiratiemaand, behalve wanneer deze derde vrijdag geen handelsdag is. In dat geval verschuift de laatste handelsdag naar de handelsdag voorafgaande aan deze derde vrijdag.

Nadat de handel in aflopende series is gestopt, is uitoefening van het recht tot aankoop respectievelijk verkoop vaak nog een aantal uren mogelijk. Dit kan per effecteninstelling en per beurs verschillen. Het uiterste tijdstip van verkoop en het uiterste tijdstip waarop u kunt aangeven of u uw optie wilt uitoefenen is vastgelegd in de toepasselijke voorwaarden. Uw vermogensbeheerder geeft een eventuele uitoefening van een optie door aan de clearing. Iedere instelling bepaalt zelf hoeveel eerder de cliënten orders voor uitoefening en voor transacties in aflopende series mogen opgeven.

Onder normale omstandigheden zal een optieserie, die eenmaal aan een beurs is genoteerd, verhandelbaar blijven tot de afloopdatum. Beurzen kunnen evenwel openingstransacties in deze series verbieden of beperken.

3.2 Stijl van de optie
Er bestaan twee verschillende stijlen van opties: Amerikaanse en Europese stijl. Bij een optie met Amerikaanse stijl kan de koper op ieder moment gedurende de looptijd zijn optie uitoefenen. Bij een optie met Europese stijl is het alleen mogelijk de optie uit te oefenen op expiratiedatum. Uiteraard kunnen openstaande posities wel tussentijds worden gesloten. Uw vermogensbeheerder of bank kan u hierover inlichten.

3.3 De uitoefening van opties
Afwikkeling bij uitoefening is mogelijk op twee verschillende manieren: door fysieke levering, zoals bij aandelenopties, of door verrekening in contanten, zoals bij indexopties en valutaopties. Het verrekenen in contanten, hetgeen cash settlement wordt genoemd, gebeurt op basis van de uitoefenprijs en de afrekeningswaarde, die ook wel settlementsprijs wordt genoemd. In het geval van contante verrekening ontvangt de koper van een calloptie op expiratiedatum het verschil tussen de uitoefenprijs en de settlementsprijs, maar alleen in het geval de uitoefenprijs de laagste van de twee is. De koper van een putoptie ontvangt ook het verschil tussen de uitoefenprijs en de settlementsprijs, maar alleen in het geval de uitoefenprijs de hoogste van de twee is.

3.4 Onderliggende waarden
De waarden waarop opties worden genoteerd – de onderliggende waarden – worden door de beurzen geselecteerd. Bij deze keuze geven zij de voorkeur aan onderliggende waarden die op ruime schaal zijn verspreid en waarin actief wordt gehandeld, voornamelijk op officiële beurzen. Daarbij zal rekening worden gehouden met een aantal criteria, zoals de spreiding van het bezit van de desbetreffende onderliggende waarde, de beursomzet en de fluctuaties in de beurskoers. De uitgevende instellingen van onderliggende waarden, waarop opties worden verhandeld, worden daarover door de betreffende beurzen geïnformeerd althans zijn daarvan op de hoogte. Op grond van zwaarwegende omstandigheden kan een beurs besluiten een optieklasse uit de notering te nemen.

3.5 Munteenheid
Als een beurs een nieuwe optieklasse selecteert, wordt tevens bepaald wat de hoofdmarkt voor de onderliggende waarde is. In het algemeen is dit de thuismarkt, dat wil zeggen: het land van herkomst van die onderliggende waarde. De munteenheid van het land van herkomst van de onderliggende waarde zal vaak ook de munteenheid worden waarin de opties op die waarden worden genoteerd.

3.6 Premie
De premie, dat is de koers van een optie, komt tot stand door vraag en aanbod van partijen die aan de handel op de beurs deelnemen. Partijen baseren zich daarbij in het algemeen op de koers en beweeglijkheid van de onderliggende waarde en op de resterende looptijd van de optie. Maar ook het eventuele dividend op de onderliggende waarde en de rente is van invloed op de premie. Zoals bij elke marktwerking kunnen vraag en aanbod, en daarmee dus de premies, ook invloed ondervinden van irrationele factoren, zoals sentiment en emoties bij het publiek.

3.7 Aanpassing
In geval van herkapitalisatie, splitsing, claimemissie of uitgifte van bonusaandelen en dergelijke, kan de onderliggende waarde door een beurs worden aangepast. Ook de handelseenheid, de uitoefenprijs, de hoeveelheid onderliggende waarde en het aantal opties kunnen worden gewijzigd. Ook andere gevallen, zoals een openbaar bod op een genoteerde onderneming, een fusie of een liquidatie, kunnen aanleiding zijn voor wijziging van de onderliggende waarde. In principe vindt geen aanpassing plaats in geval een dividend in contanten, al of niet in de vorm van een keuzedividend, betaalbaar wordt gesteld.

Afhankelijk van de omstandigheden kan een clearinginstituut in een dergelijke situatie beslissen dat het aandeel van de overgenomen onderneming vanaf een bepaald moment wordt vervangen door een ander aandeel (bijvoorbeeld dat van de overnemende onderneming).Ook kan de clearing bepalen dat uitoefening van de optie resulteert in verrekening in geld in plaats van levering van het aandeel of dat een andere aanpassing van de onderliggende waarde en/of andere contractspecificaties plaatsvindt.

Doelstellingen van de optiebelegger

4.1 Het behalen van koerswinst
De koper van een optie verwacht een verandering in de koers van de onderliggende waarde.
De koper van een calloptie hoopt op een stijging van de koers, de koper van een putoptie op een daling. In beide gevallen kan de belegger in opties een – in verhouding – grotere winst behalen dan wanneer hij met hetzelfde bedrag in de onderliggende waarde zelf zou handelen, omdat hij met een veel kleinere inleg, namelijk alleen de premie, kan profiteren van koersschommelingen. Dit heet het hefboomeffect van opties. Bij een stijging van de koers van de onderliggende waarde zal in het algemeen de koers van de calloptie ook stijgen. Evenzo zal bij een daling van de koers van de onderliggende waarde de koers van de putoptie stijgen. Hierdoor is het mogelijk om als belegger koerswinst op opties te behalen.

4.2 Het verkrijgen van extra inkomen
Een belegger kan ook besluiten callopties te schrijven om op die manier premie te ontvangen. Indien de belegger de onderliggende waarde daadwerkelijk in portefeuille heeft, vormt de ontvangen premie een extra rendement op zijn portefeuille. Als hij echter wordt aangewezen om de onderliggende waarde te leveren, zal hij deze onderliggende waarde tegen de vooraf afgesproken prijs moeten verkopen, terwijl de beurskoers inmiddels hoger is.

Het verlies van de schrijver kan, hoewel gereduceerd door de ontvangen premie, aanzienlijk zijn als het gaat om een grote verandering in de koers van de onderliggende waarde. Hij kan immers worden verplicht, de aandelen af te nemen tegen de vooraf afgesproken prijs, die hoger is dan de beurskoers op dat moment.

4.3 Bescherming tegen koersdaling
Opties bieden beleggers tevens de mogelijkheid zich te beschermen tegen de koersdalingen van de onderliggende waarde. De belegger die zo’n bescherming (met een grootte naar keuze) wil, kan dat doen door het kopen van putopties. Door het schrijven van callopties kan de belegger zich gedeeltelijk ook beschermen tegen koersdaling. Deze bescherming beperkt zich echter tot de hoogte van de ontvangen premie.

4.4 Vastleggen van de aan- of verkoopprijs van de onderliggende waarde
Opties bieden ook de mogelijkheid de prijs vast te leggen waarop in de toekomst de onderliggende waarde kan worden verhandeld. Zo zal een belegger die de maximum aankoopprijs wenst vast te leggen geïnteresseerd zijn in het kopen van callopties. Een belegger die de minimumverkoopprijs wil vastleggen zal geïnteresseerd zijn in het kopen van putopties.

Het kopen van opties

5.1 Het kopen van callopties

5.1.1 Principe
De koper van een calloptie kan profiteren van koersstijgingen van de onderliggende waarde die zich gedurende de looptijd van de optie voordoen. Hij heeft met zijn calloptie namelijk het recht om de onderliggende waarde tegen een vooraf afgesproken prijs aan te kopen.

5.1.2 Mogelijkheden
Als de koers van de onderliggende waarde stijgt, moet de houder van een calloptie zelf stappen ondernemen om zijn mogelijke optiewinst te realiseren.
Er zijn dan twee mogelijkheden:

Hij kan zijn calloptie verkopen op de beurs. In dit geval is de houder meer geïnteresseerd in de stijging van de premie dan in het verkrijgen van de onderliggende waarde. In het algemeen zal de premie van de calloptie stijgen als de koers van de onderliggende waarde stijgt. De winst bestaat in dit geval uit de verkoopopbrengst minus de betaalde premie en transactiekosten. Gelet op de hefboomwerking kan een kleine koersstijging van de onderliggende waarde een hoog winstpercentage op de oorspronkelijke investering in callopties opleveren.

Hij kan ook besluiten de calloptie uit te oefenen. Dit kan uiteraard alleen bij opties met Amerikaanse stijl. Hij kan een calloptie met Europese stijl immers alléén op expiratiedatum uitoefenen. Afhankelijk van de specificaties van de optie zal bij uitoefening de onderliggende waarde aan de houder worden geleverd of zal worden afgerekend in contanten.

Wat het voordeligst is in een specifiek geval, verkopen of uitoefenen, hangt veelal af van kosten, dividenddata, doelstellingen etc. Uw beheerder weet dat en kan u desgewenst daarover adviseren.

5.1.3 Risico
Indien de koers van de onderliggende waarde gelijk blijft of juist daalt, kan de houder van een calloptie een gedeelte van of het gehele geïnvesteerde bedrag verliezen. In principe is het maximale verlies dat de koper van een calloptie kan lijden het geïnvesteerde bedrag, te weten: de betaalde premie vermeerderd met de transactiekosten.

5.2 Het kopen van putopties

5.2.1 Principe
De koper van een putoptie kan profiteren van koersdalingen van de onderliggende waarde die zich gedurende de looptijd van de optie voordoen. Hij heeft met zijn putoptie namelijk het recht om de onderliggende waarde tegen een vooraf afgesproken prijs te verkopen.

5.2.2 Mogelijkheden
Als de koers van de onderliggende waarde daalt, moet de houder van een putoptie zelf stappen ondernemen om zijn mogelijke optiewinst te realiseren.
Er zijn dan twee mogelijkheden:

Hij kan zijn putoptie verkopen op de beurs. In het algemeen zal de premie van de putoptie stijgen als de koers van de onderliggende waarde daalt. De winst bestaat in dit geval uit de verkoopopbrengst minus de betaalde premie en transactiekosten. Gelet op de hefboomwerking kan een kleine koersdaling van de onderliggende waarde een hoog winstpercentage op de oorspronkelijke investering in putopties opleveren

Hij kan ook besluiten de putoptie uit te oefenen. Dit kan uiteraard alleen bij opties met Amerikaanse stijl. Hij kan een putoptie met Europese stijl immers alléén op expiratiedatum uitoefenen. Afhankelijk van de specificaties van de optie zal bij uitoefening de onderliggende waarde door de houder worden geleverd of zal worden afgerekend in contanten.

Wat het voordeligst is in een specifiek geval, verkopen of uitoefenen, hangt veelal af van kosten, dividenddata, doelstellingen etc.

5.2.3 Risico
Indien de koers van de onderliggende waarde gelijk blijft of juist stijgt, kan de houder van een putoptie een gedeelte van of het gehele geïnvesteerde bedrag verliezen. In principe is het maximale verlies dat de koper van een putoptie kan lijden het geïnvesteerde bedrag, te weten: de betaalde premie vermeerderd met de transactiekosten.

Het schrijven van opties

6.1 Het schrijven van callopties

6.1.1 Principe
De schrijver van een calloptie neemt de verplichting op zich de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs te verkopen indien hij daartoe wordt aangewezen. Hij ontvangt in ruil daarvoor de optiepremie.

6.1.2 Mogelijkheden

6.1.2.1 Callopties schrijven met onderliggende waarde.
Voor beleggers die callopties schrijven op een onderliggende waarde die zij al in bezit hebben (gedekt schrijven van callopties), bestaat de volgende belangrijke doelstelling: het behalen van extra rendement op een beleggingsportefeuille door het ontvangen van de premie. Een gevolg van deze doelstelling is dat de belegger het risico aanvaardt om tegen een door hem geselecteerde prijs, namelijk de uitoefenprijs, de onderliggende waarde te moeten verkopen.

Indien de koers van de onderliggende waarde beneden de uitoefenprijs daalt, zal de optie vermoedelijk aflopen zonder te worden uitgeoefend en kan de schrijver de opbrengst, te weten de ontvangen premie, behouden. Zolang de optie niet is uitgeoefend, kan de schrijver echter ook zijn positie liquideren door op de beurs een sluitingstransactie uit te laten voeren, te weten een sluitingsaankoop.

Indien de beurskoers van de onderliggende waarde echter boven de uitoefenprijs stijgt, is de kans reëel dat de calloptie zal worden uitgeoefend. Van de schrijver zal dan worden geëist dat hij de onderliggende waarde levert (verkoopt). De effectieve verkoopprijs (exclusief kosten) zal dan gelijk zijn aan de uitoefenprijs (de prijs waarvoor de schrijver de onderliggende waarde moet leveren) plus de ontvangen premie. Wat de koers van de onderliggende waarde ook doet, meer dan deze effectieve verkoopprijs zal de schrijver nooit krijgen.

Men kan het behalen van extra rendement door het ontvangen van premie ook zien als het vooraf vastleggen van de verkoopprijs van de onderliggende waarde. De opbrengst voor de belegger is weer gelijk aan de uitoefenprijs vermeerderd met de eerder ontvangen premie. Indien de calloptie niet wordt uitgeoefend, zal hij de onderliggende waarde natuurlijk niet hoeven te leveren.

6.1.2.2 Callopties schrijven zonder onderliggende waarde.
Beleggers die callopties schrijven zonder de onderliggende waarde te bezitten (het zogenaamde ongedekt schrijven van callopties) moeten zich realiseren dat zij in principe een ongelimiteerd risico lopen.

Als de koers van de onderliggende waarde boven de uitoefenprijs stijgt, is de kans reëel dat de calloptie zal worden uitgeoefend. Van de schrijver zal dan geëist worden dat hij de onderliggende waarde levert tegen de uitoefenprijs. Aangezien de schrijver de onderliggende waarde niet bezit, zal hij deze (tegen de geldende hogere beurskoers) moeten kopen. De koers van de onderliggende waarde kan in theorie onbeperkt stijgen, wat betekent dat de schrijver van een ongedekte calloptie een ongelimiteerd risico loopt. Deze belegger moet daarom voldoende financiële draagkracht hebben om de onderliggende waarde in geval van uitoefening te kunnen kopen en dan te leveren. De bank zal daarom een zekerheid (margin) van de schrijver verlangen. De soort en de hoeveelheid van deze zekerheid wordt door de bank bepaald. De hoogte van de vereiste margin kan van dag tot dag wisselen. De hoogte is onder meer afhankelijk van de koersbeweging van de onderliggende waarde.

6.1.3 Risico en zekerheid
Gelet op de grote verliezen die geleden kunnen worden, is het schrijven van callopties alleen geschikt voor beleggers die financieel in staat zijn deze eventuele verliezen te dragen en de risico’s kennen en overzien. De omvang van het risico van de schrijver hangt in belangrijke mate af van het feit of de belegger gedekte of ongedekte callopties heeft geschreven.

Een schrijver van een gedekte of ongedekte calloptie, die verwacht te moeten leveren als gevolg van een koersstijging van de onderliggende waarde, kan zich, zolang hij nog niet is aangewezen, van zijn verplichting tot levering van de onderliggende waarde ontdoen door op de beurs een sluitingsaankoop te doen.

6.2 Het schrijven van putopties

6.2.1 Principe
De schrijver van een putoptie neemt de verplichting op zich de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs te kopen indien hij daartoe wordt aangewezen. Hij ontvangt in ruil daarvoor de optiepremie.

6.2.2 Mogelijkheden
Voor beleggers die putopties schrijven bestaat de volgende belangrijke doelstelling: het behalen van extra rendement op een beleggingsportefeuille door het ontvangen van de premie. Een gevolg van deze doelstelling is dat de belegger het risico aanvaardt om tegen een door hem geselecteerde prijs, namelijk de uitoefenprijs, de onderliggende waarde te moeten kopen.

Indien de koers van de onderliggende waarde boven de uitoefenprijs stijgt, zal de optie vermoedelijk aflopen zonder te worden uitgeoefend en kan de schrijver de opbrengst, te weten de ontvangen premie, behouden. Zolang de optie niet is uitgeoefend, kan de schrijver echter ook zijn positie liquideren door op de beurs een sluitingstransactie te laten uitvoeren, te weten een sluitingsaankoop.

Indien de beurskoers van de onderliggende waarde echter onder de uitoefenprijs daalt, is de kans reëel dat de putoptie zal worden uitgeoefend. Van de schrijver zal dan worden geëist dat hij de onderliggende waarde afneemt (koopt).

Naast het behalen van rendement door het ontvangen van premie, kan de belegger met het schrijven van een putoptie tot doel hebben de aankoopprijs van de onderliggende waarde vooraf vast te leggen. Die aankoopprijs (exclusief kosten) is dan gelijk aan de uitoefenprijs verminderd met de premie.
Indien de optie echter niet wordt uitgeoefend, zal hij de onderliggende waarde niet geleverd krijgen; wel kan hij de ontvangen premie behouden.

6.2.3 Risico en zekerheid
De schrijver van een putoptie stelt zich bloot aan het risico dat hij de onderliggende waarde moet kopen tegen een koers die veel hoger is dan de actuele beurskoers.

Een geschreven putoptie wordt altijd als ongedekt aangemerkt. De schrijver van een putoptie moet daarom de financiële draagkracht hebben de onderliggende waarde in geval van uitoefening te kunnen kopen. De bank zal daarom een zekerheid (margin) van de schrijver verlangen. De soort en de hoeveelheid van deze zekerheid wordt door de bank bepaald. De hoogte van de vereiste margin kan van dag tot dag wisselen. De hoogte is onder meer afhankelijk van de koersbeweging van de onderliggende waarde.

De schrijver van een putoptie, die verwacht te moeten kopen als gevolg van een koersdaling van de onderliggende waarde kan zich, zolang hij nog niet is aangewezen, van zijn verplichting tot kopen van de onderliggende waarde ontdoen door op de beurs een sluitingsaankoop te doen.

Handel in opties

Een belegger die een optie wil kopen of verkopen kan dat doen door een order te plaatsen bij de bank waarmee hij de effectenbemiddelingsovereenkomst heeft. Ingeval van vermogensbeheer draagt uw beheerder hier zorg voor.

7.1 Orders
Bij een order moet de optieklasse worden vermeld, maar ook de optiesoort (put of call), de expiratiemaand, de uitoefenprijs en het aantal opties dat moet worden gekocht of verkocht. Tevens moet worden aangegeven of het een openings- of sluitingstransactie betreft. Uiteraard kan de belegger ook opgeven tegen welke limiet hij bereid is zijn opties te kopen of te verkopen.

De bank kan van de belegger een zekerheid in contanten of anderszins verlangen voordat zij van hem een order voor opties accepteert.

Uw beheerder, de banken en de beurzen kunnen niet garanderen dat er voor elke optieserie altijd een markt van voldoende omvang zal zijn om het een belegger mogelijk te maken zijn openstaande positie (op een bepaalde prijs) te liquideren. Uiteraard kan ook niet worden gegarandeerd dat een gunstige prijsontwikkeling van de onderliggende waarde het de houder van een optie mogelijk maakt die optie met winst te doen verkopen. De premie hangt niet alleen af van de prijsverwachting ten aanzien van de onderliggende waarde, maar onder andere ook van de nog resterende looptijd van de optie, de beweeglijkheid van de onderliggende waarde en vraag en aanbod voor de desbetreffende optieserie.

7.2 Transactiekosten
Effecteninstellingen berekenen aan hun cliënten (transactie)kosten voor aankopen en verkopen op de beurs. De cliënt doet er goed aan bij zijn bank of beheerder na te gaan welke kosten in elk afzonderlijk geval zullen worden berekend en of er nog andere vergoedingen of belastingen zijn, waarmee hij rekening dient te houden.

7.3 Transactiebevestiging (nota)
De cliënt dient zich ervan bewust te zijn dat het voornaamste bewijs van zijn rechten en verplichtingen wordt gevormd door een boeking in de administratie van de bank en de beheerder. Daarom is de verplichting in het leven geroepen om aan de cliënt een schriftelijke bevestiging af te geven van elke optietransactie die voor hem is uitgevoerd. De cliënt wordt aangeraden deze nota’s zorgvuldig te controleren. Eventuele bezwaren moet u onmiddellijk aan uw beheerder doorgeven. In sommige gevallen bepalen de bijzondere algemene voorwaarden dat geen nota wordt verzonden van iedere individuele transactie.

7.4 Openstaande positie(s)
Uw beheerder zal periodiek een opgave verstrekken waaruit alle openstaande posities in opties duidelijk blijken. U kunt een sluitingstransactie en uw recht tot uitoefening alleen laten uitvoeren door de bank; normaal gesproken loopt dit via uw beheerder. U kunt de bank echter schriftelijk verzoeken uw positie over te schrijven naar een andere bank, die bereid is uw positie over te nemen, en daar uw positie (laten) sluiten. Raadpleeg daarvoor de toepasselijke voorwaarden.

Beurzen kunnen niet garanderen dat er voor elke optie altijd een markt van voldoende omvang zal zijn om het u en uw beheerder mogelijk te maken uw openstaande positie in opties te liquideren. Uw beheerder en de bank kunnen dat evenmin.

Procedure bij uitoefeningen van het optierecht

8.1 Het uitoefenen van opties
Een cliënt die een optie wil uitoefenen moet de bank hiervan verwittigen. Het uiterste tijdstip tot waarop dit kan gebeuren, is vastgelegd in de toepasselijke voorwaarden. In geval van cash settlement worden geen onderliggende waarden geleverd, maar wordt bij uitoefening het verschil tussen uitoefenprijs en afrekeningswaarde contant verrekend. Het verzoek tot uitoefening wordt vervolgens doorgegeven aan het clearinginstituut dat belast is met de afwikkeling. Een verzoek tot uitoefening is onherroepelijk. Zodra het verzoek door de clearing is ontvangen, is de houder van de calloptie aan de bank de uitoefenprijs (vermenigvuldigd met de contractgrootte) voor de onderliggende waarde verschuldigd. De houder die zijn putoptie uitoefent, is verplicht de onderliggende waarde te leveren, waarna hij de uitoefenprijs (vermenigvuldigd met de contractgrootte) zal ontvangen.

8.2 Uitoefenlimieten
Beurzen zijn doorgaans bevoegd limieten vast te stellen voor het aantal opties dat binnen een vastgestelde periode door één enkele houder mag worden uitgeoefend. Uw bank of beheerder kan u daarover inlichten. Putopties en callopties zijn aparte klassen en zullen doorgaans niet bij elkaar opgeteld worden bij het toetsen aan deze limieten.

8.3 Aanwijzingsprocedure
Indien er opties worden uitgeoefend, wordt een schrijver geselecteerd die de onderliggende waarde moet leveren (in geval er een calloptie met fysieke levering wordt uitgeoefend), moet kopen (in geval er een putoptie met fysieke levering wordt uitgeoefend) of die moet afrekenen in geld (in geval van verrekening in contanten). Schrijvers van opties zullen zo spoedig mogelijk door de bank op de hoogte worden gesteld van het feit dat zij zijn aangewezen om de onderliggende waarde te leveren (in geval van geschreven callopties met fysieke levering) of te kopen (in geval van geschreven putopties met fysieke levering) of om in geld af te rekenen (in geval van verrekening in contanten).

8.4 Levering en betaling van onderliggende waarde
Uw beheerder of bank zal u desgevraagd uitleggen hoe de afwikkeling precies loopt. Aandelen die op de dag van een uitoefening inclusief dividend worden genoteerd, het zogenaamde cum-dividend, moeten meestal ook inclusief dividend worden geleverd. Aandelen die op de dag van uitoefening zonder dividend worden genoteerd, het zogenaamde ex-dividend, moeten zonder dividend worden geleverd. De clearing behoudt zich het recht voor, in zekere situaties, te bepalen dat uitgeoefende opties niet door levering maar door verrekening zullen worden afgehandeld. Dit gebeurt op basis van verrekenprijzen die door de clearing zullen worden vastgesteld. Zolang deze situatie voortduurt, verliezen zowel de uitoefenaars van opties als degenen die aangewezen zijn tot nakoming van de optie het recht afwikkeling via levering van onderliggende waarde af te dwingen.

8.5 Provisie bij levering
Bij een levering die voortvloeit uit een uitoefening of aanwijzing, worden door de bank transactiekosten in rekening gebracht die gebruikelijk zijn voor de markt van de desbetreffende onderliggende waarde.

Uw bank en beheerder weten welke (transactie)kosten in elk afzonderlijk geval zal worden berekend en of er nog andere vergoedingen of belastingen zijn, waarmee u rekening moet houden.

Beschrijven van futures/ termijncontracten

9.1 Hoe werkt een future?
Een future is een termijncontract. Bij het sluiten van een termijncontract komen koper en verkoper overeen de onderliggende waarde op een tijdstip in de toekomst, aan het einde van de looptijd, tegen een bepaalde prijs met elkaar te verhandelen. Beiden hebben alsdan een verplichting: de koper heeft de verplichting de onderliggende waarde af te nemen en de verkoper heeft de verplichting de onderliggende waarde te leveren.

De koers van een future komt tot stand door vraag en aanbod, maar heeft veelal een relatie met de onderliggende waarde. De koers van een future is meestal niet gelijk aan de koers van de onderliggende waarde. Behalve door de koers van de onderliggende waarde, wordt de futurekoers ook beïnvloed door onder andere het marktsentiment, de rentestand en de eventuele dividenden of rente die over de onderliggende waarde worden uitgekeerd. Daardoor kan het voorkomen dat een koersstijging of -daling van de onderliggende waarde niet of niet evenredig is terug te vinden in de koersontwikkeling van de future.

Een belegger kan een future kopen of verkopen. Een belegger die een future koopt, doet een openingsaankoop. Hierdoor creëert hij een longpositie, een ander woord voor kooppositie. In principe maakt de koper winst als de koers van zijn future stijgt en verlies als de koers van zijn future daalt. Een belegger die een future verkoopt, doet een openingsverkoop. Door de openingsverkoop creëert de belegger een short-positie. De verkoper maakt winst als de koers van de future die hij heeft verkocht, daalt en verlies als de koers van de verkochte future stijgt.

Indien de koper zijn long-positie wil liquideren, kan hij dit doen door zijn future weer te verkopen. Hij verricht dan een sluitingsverkoop.

Indien de verkoper zijn short-positie wil liquideren, kan hij dit doen door een future te kopen. Hij verricht dan een sluitingsaankoop.

Kenmerkend voor de handel in futures is dat de investering bij het openen van de positie alleen bestaat uit een zekerheid (de initial margin). Deze zekerheid dient ter nakoming van de verplichtingen die uit het termijncontract voortvloeien. De bank bepaalt de soort en hoeveelheid zekerheid die zij van de belegger verlangt.

Winsten en verliezen kunnen van dag tot dag worden bijgehouden en direct in geld verrekend op basis van de slotkoers van de betreffende future. Andere berekeningen zijn ook mogelijk. Een belegger dient niet in futures te handelen indien hij niet in staat is om een eventueel aanzienlijk verlies te lijden.

De contractspecificaties

10.1 Standaardisatie
De futures die op de diverse beurzen worden verhandeld, zijn gestandaardiseerd. Dat wil zeggen dat de specificaties van de futures door de beurs zijn voorgeschreven en dat men daar niet van kan afwijken. De standaardisatie heeft onder andere betrekking op de contractgrootte, de looptijd, de expiratiedatum, de munteenheid en de leverings- of afrekeningscondities. Deze contractspecificaties van de futures worden door de beurzen gepubliceerd. De koers van de future is het enige variabele element
10.2 Onderliggende waarde en contractgrootte
Hetgeen hiervan is vermeld bij opties (paragraaf 3.4 en 3.7) geldt ook voor futures.

10.3 Laatste handelsdag
De laatste handelsdag van een future is de laatste dag waarop de handel in de betreffende future mogelijk is. Gedurende de looptijd van een future kunnen zowel openingstransacties als sluitingstransacties worden afgesloten. In zeer bijzondere gevallen kan een beurs echter beslissen om alle openingstransacties in een future-klasse te verbieden. Al dergelijke bevoegdheden van beurzen strekken er in beginsel toe, om zoveel mogelijk een eerlijke en ordelijke voortgang van de handel te bevorderen.

10.4 Afrekening
Alle termijncontracten die na afloop van de laatste handelsdag nog openstaan, worden afgewikkeld. Bij contracten met fysieke levering gebeurt dit door de levering van de onderliggende waarde. Men kan hierbij denken aan aardappelen, varkens, olie en andere grondstoffen of ruw product. Bij cash-settlement contracten geschiedt de afwikkeling door verrekening in geld op basis van de settlementsprijs. Daarbij denken men vooral aan aandelenindexen. De settlementsprijs wordt door de beurs vastgesteld. Kopers en verkopers van futures die fysieke levering of cash-settlement willen voorkomen, dienen hun positie uiterlijk op de laatste handelsdag te sluiten.

Waarvoor worden futures gebruikt?

11.1 Het behalen van koerswinst
Een koper of verkoper van een future verwacht een verandering in de koers van de onderliggende waarde. De koper van een future profiteert van een stijging van de koers, de verkoper profiteert van een daling van de koers. Hierdoor is het mogelijk om met een juiste visie op de koersontwikkeling, koerswinst te realiseren.
De vereiste initial margin is slechts een klein deel van de onderliggende waarde van het termijncontract. Daardoor kan met een beperkt beginkapitaal een grote winst (of een groot verlies) worden gerealiseerd. Dit heet de hefboomwerking van een termijncontract. De hefboom werkt twee kanten op! De koers van een future kan – in theorie – vrijwel onbeperkt stijgen of dalen. Dit betekent dat een belegger, die gebruik maakt van futures, in theorie een ongelimiteerd risico kan lopen.

11.2 Bescherming tegen prijsveranderingen
Beleggers kunnen futures ook gebruiken als bescherming tegen ongewenste prijsveranderingen van financiële waarden of grondstoffen. Dit gebruik van futures wordt hedging genoemd. Bij een hedge-transactie zorgt de belegger ervoor dat hij in zekere mate immuun wordt voor ongewenste prijsveranderingen.

De handel in futures

12.1 Plaatsen van een order
Een future die op de derivatenmarkt wordt verhandeld kan men kopen of verkopen door een order te plaatsen bij een beleggingsonderneming, in uw geval dus bij uw beheerder of uw sepotbank.

12.2 Order
Een order dient te vermelden: de naam van het betreffende termijncontract, de afloopmaand en het aantal dat moet worden gekocht of verkocht. Tevens moet worden aangegeven of het een openingstransactie of een sluitingstransactie is. Beleggers kunnen ook een maximale of minimale prijs opgeven waartegen zij bereid zijn om futures te kopen of te verkopen. Een order waarbij van zo’n prijslimiet sprake is, heet een gelimiteerde order. Uiteraard is het afhankelijk van de marktomstandigheden of zo’n order kan worden uitgevoerd.

12.3 Margin
Voor elke transactie in futures verlangt de bank een bepaald bedrag aan zekerheid (initial margin). In de regel moet dit bedrag op de rekening blijven staan zolang de positie bestaat. Winsten en verliezen op de positie worden in de regel doorlopend verrekend. Een belegger die een transactie in futures wil doen, of wiens vermogensbeheerder in futures handelt, zou zichzelf bij zijn bank of broker of zijn eigen beheerder op de hoogte moeten stellen van de hoogte van de vereiste initial margin.

12.4 Transactiekosten
Financiële ondernemingen berekenen aan hun cliënten (transactie)kosten voor aankopen en verkopen op de beurs. De belegger doet er goed aan bij zijn beheerder, bank of broker na te gaan welke kosten in elk afzonderlijk geval zullen worden berekend en of er nog andere vergoedingen of belastingen gelden.

12.5 Transactiebevestiging (nota)
De belegger dient zich ervan bewust zijn, dat het voornaamste bewijs van zijn rechten en verplichtingen wordt gevormd door een boeking in de administratie van zijn beheerder en van zijn depotbank waar zijn rekening loopt. Daarom moet hij de ontvangen effectennota’s, dagafschriften en portefeuilleoverzichten goed controleren, en eventuele bezwaren of vragen onmiddellijk melden.

12.6 Openstaande positie(s)
De belegger kan aan de bank een opgave vragen waaruit al zijn openstaande posities in termijncontracten duidelijk blijken. Cliënt kan een sluitingstransactie of een opdracht tot cash-settlement in beginsel alleen laten uitvoeren door zijn eigen bank, door tussenkomst van zijn beheerder. De belegger kan de bank echter schriftelijk verzoeken zijn positie over te schrijven naar een andere bank, die bereid is zijn positie over te nemen. Raadpleeg daarvoor de toepasselijke voorwaarden van uw beheerder en/of uw bank.

Beurzen kunnen niet garanderen dat er voor elke future altijd een markt van voldoende omvang zal zijn om het de beleggers mogelijk te maken hun openstaande posities in futures te liquideren. De vermogensbeheerders en de bank kunnen dat uiteraard ook niet.

12.7 Inzage in transactiegegevens
Gegevens omtrent orders en transacties en de identiteit van de belegger die bij de orders en transacties is betrokken, kunnen in bijzondere gevallen via officiële (overheids)toezichthouders (in Nederland is dat de Autoriteit Financiële Markten) ter beschikking van justitiële autoriteiten worden gesteld, bijvoorbeeld in geval van verdenking van fraude of misbruik van voorwetenschap.

Op grond van samenwerkingsovereenkomsten kunnen beurzen gegevens die betrekking hebben op orders en transacties ook doorgeven aan (buitenlandse) beurzen of instellingen, indien dit nodig of wenselijk is met het oog op opsporing en preventie van regelovertreding of strafbare feiten.

Clearing van opties en futures

Er is geen directe relatie tussen de koper en de verkoper van een future of een optie. Door een openingsaankoop of openingsverkoop krijgt een belegger in beginsel een rechtsverhouding met de financiële onderneming waar hij zijn positie in futures aanhoudt. Deze heeft op zijn beurt een rechtsverhouding met een clearinginstelling tenzij hij zelf clearinginstelling is. Een clearinginstelling is een toegelaten contractant van het clearinginstituut, dat zich bezighoudt met de afwikkeling en administratie van optie en termijncontracten.

Als gevolg van deze getrapte structuur leiden openstaande posities tot verplichtingen van het clearinginstituut jegens een selecte groep van clearinginstellingen die werken volgens zeer strikte procedures. De clearinginstellingen houden de posities aan op eigen naam, maar voor rekening en risico van de aangesloten banken en brokers. Voor de solvabiliteit van de bank of broker bij wie de belegger rechtstreeks klant is, staan de clearinginstellingen en het clearinginstituut niet in. De structuur die hier is beschreven geldt van oudsher op optie- en termijnmarkten. Van beurs tot beurs kan de structuur afwijken.

Risico’s in buitengewone omstandigheden

De reglementen van beurzen bevatten veelal de mogelijkheid van maatregelen waardoor de handel in een of meer producten wordt beperkt, aan bijzondere voorwaarden wordt gebonden, geheel wordt gestaakt of opgeschort. Tevens kan voorkomen dat een beurs besluit bepaalde specifieke transacties door te halen. Ook orders die nog niet zijn uitgevoerd, kunnen dan worden doorgehaald. Uiteraard gebeurt dit alleen in buitengewone omstandigheden, indien dat door de beurs in het belang wordt geacht van de handhaving van een ordelijke en eerlijke markt. Als er bijzondere maatregelen worden genomen, zoals hierboven beschreven, kan de houder maar ook de schrijver van een optie (resp. de koper en verkoper van een termijncontract) in een situatie komen dat hij niet op ieder door hem gewenst moment zijn winst kan realiseren.

In theorie kan het zich bij alle soorten opties en futures voordoen dat de handel wordt opgeschort of gestaakt als de markt waar de onderliggende waarde wordt verhandeld is verstoord of onderbroken. Bij indexproducten zal de handel doorgaans worden gestaakt als de handel in de onderliggende waarden, die meetellen voor de berekening van de index, geheel of gedeeltelijk is verstoord of gestaakt, of als de beurs niet meer ongestoord en ononderbroken de beschikking heeft over de berekende indexwaarde.

Ook door storing in telefoon- of andere communicatielijnen of in computersystemen kan de handel verstoord raken en beleggers kunnen, evenals beleggingsondernemingen, daarvan schade ondervinden.

Beurzen en clearinginstituten – en uw beheerder en de bank evenmin – aanvaarden, behoudens opzet en grove schuld, geen enkele aansprakelijkheid voor schade van hun cliënten als gevolg van omstandigheden als bovenomschreven of schade uit welken andere hoofde ook. Beheerder en bank voeren of laten de orders in beginsel uitvoeren op goed gereguleerde markten waar behoorlijk toezicht is, maar dat biedt geen garantie dat onregelmatigheden niet kunnen voorkomen. Voor eventuele schade die daaruit voortvloeit, aanvaarden de beheerder en de bank geen aansprakelijkheid.

Op grond van Europese richtlijnen berust het toezicht op leden van de Nederlandse beurs die in het buitenland actief zijn of niet in Nederland zijn gevestigd, ten dele bij de desbetreffende buitenlandse autoriteiten.