Mijn portefeuille

Bekijk uw portefeuille bij Stroeve Lemberger of uw depotbank

load content...

load content...

FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen

Fundshare Kwartaalbericht, Q1 2021

Fundshare Kwartaalbericht, Q1 2021

Bronnen & informatie

De ontwikkelingen in het eerste kwartaal van 2021.

De beleggingsresultaten
De performance van de participatie FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Groei bedroeg in het eerste kwartaal van 2021 6,73%. De koers van het fonds kwam daarmee aan het einde van de maand maart uit op € 19,28.

De performance van de participatie FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Behoud bedroeg in het eerste kwartaal van 2021 -0,26%. De koers van het fonds kwam eind maart 2021 uit op € 11,56.

Koersontwikkeling Fondsen Groei en Behoud

Koersontwikkeling Fondsen Groei en Behoud
Hogere aandelenkoersen, lagere obligatiekoersen

In het eerste kwartaal van 2021 stegen verschillende aandelenmarkt-indices naar nieuwe records. Daarbij hielden de Europese beurskoersen min of meer gelijke tred met de Amerikaanse. Wel was er een verschuiving zichtbaar in de voorkeur van beleggers, waarbij deze in de eerste maanden van 2021 uitging naar lager gewaardeerde cyclische aandelen.

Ook small caps presteerden relatief goed. In China presteerde de aandelenmarkt aanvankelijk zeer sterk. Dat veranderde toen de Chinese overheid opnieuw intervenieerde in het management van de grotere Chinese technologiebedrijven. Grondstoffenprijzen stegen eveneens, vooral door de hogere prijs van olie en industriële metalen. Goud werd echter minder waard.

Obligatiebeleggingen daalden in waarde door de oplopende kapitaalmarktrente. De Amerikaanse 10-jaarsrente liep op van 0,92% naar 1,74%. In het kielzog van de Amerikaanse kapitaalmarktrente steeg ook de rente op staatsleningen in de eurozone. De 10-jaars rentes in Duitsland en Nederland bleven echter negatief op respectievelijk -0,29% en -0,15%.

Marktindices: Resultaten tot en met 31 maart 2021

*IG = Investment Grade

Einde pandemie in zicht voor de VS

In het afgelopen kwartaal zijn de verwachtingen voor de economische groei in de VS behoorlijk opgeschroefd. Het vertrouwen van consumenten en ondernemers in de Amerikaanse economie nam toe door het succesvolle vaccinatieprogramma. Het aantal besmettingen met het coronavirus neemt in de VS af en het einde van de corona-pandemie komt voor hen in zicht. Het tempo waarmee Amerikanen vaccins krijgen toegediend, ligt op een hoger niveau dan in andere landen. Dit is gunstig want daarmee kunnen de maatregelen die zijn genomen, om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, op een gegeven moment worden versoepeld.

De Amerikaanse regering voert een zeer expansief economisch beleid. Nadat de regering-Trump in december 2020 een steunpakket van $ 900 miljard door het Congres had geloodst, deed de nieuwe regering-Biden er nog eens $ 1.900 miljard bovenop met een extra programma. Het totaal van de steunpakketten die sinds maart 2020 zijn uitgerold, bedraagt meer dan $ 5.000 miljard. Het stimuleringsbeleid in de VS resulteerde in 2020 al in een begrotingstekort van de overheid van meer dan 15 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Ook voor 2021 ligt een bijzonder hoog tekort in het verschiet, al neemt het begrotingstekort af als gevolg van het verwachte economisch herstel en hogere belastinginkomsten.

Europa blijft achter bij VS

Europa heeft te maken met een tragere uitrol van de vaccins. Door mutaties van het virus neemt de besmettelijkheid toe en is er nog steeds sprake van een streng beleid waarbij bestaande maatregelen zijn verlengd of zelfs zijn aangescherpt. Het Verenigd Koninkrijk is hierop een uitzondering. In de laatste week van maart was bijna 40% van de bevolking gevaccineerd, terwijl het gemiddelde in de Europese Unie rond de 10% schommelde.

Omdat versoepeling uitblijft, loopt de schade aan de economie in de eurozone verder op. Wel blijft de industriële productie op peil. Terwijl de Verenigde Staten de economie een nieuwe injectie van $ 1.900 miljard toedienen, blijft Europa op dat front achter. Het corona noodfonds van de Europese Commissie bevat weliswaar honderden miljarden euro’s, maar vergeleken met het programma van de regering-Biden valt het stimuleringsbeleid duidelijk lager uit. Na de krimp van 6,8% in 2020 wordt voor de eurozone in 2021 een BBP-groei van meer dan 4% verwacht.

Ook in China komt de economie weer op gang. In februari 2020 ging China in een strenge lockdown, maar het lijdt geen twijfel dat het Chinese groeitempo is hersteld. De OESO raamt de economische groei voor China voor 2021 en 2022 op respectievelijk 7,8% en 4,9%.

Tabel Economische Groei en Inflatie

Bron: Bloomberg, Consensus, maart 2021

Inflatievrees

Inflatievrees was in het eerste kwartaal in de VS een belangrijk thema. Verstoringen in de logistieke keten resulteerden afgelopen jaar in hogere prijzen. Ook de gestegen grondstoffenprijzen hebben invloed op het gemiddelde prijspeil. Ondanks de grote budgettaire stimuleringsprogramma’s blijft de inflatie in zowel de VS als in Europa al jaren ondermaats. Globalisering en automatisering zetten het algemeen prijspeil onder druk. Een aantal economen vreest dat het opengaan van de economieën en een toename in de bestedingen zullen leiden tot meer inflatie.

De financiële markten moeten ook wennen aan het nieuwe beleid van de Fed. De inflatie in de VS blijft al jaren onder het niveau van 2% dat de Fed acceptabel acht. Daarom heeft de Fed in augustus 2020 aangegeven dat bij een oplopende inflatie niet te snel op de rem zal worden getrapt. De Fed streeft sindsdien naar een gemiddelde inflatie van 2%. Naar verwachting wordt tot 2023 de beleidsrente ongemoeid gelaten. Toch zijn veel beleggers er niet gerust op en de langetermijnrentes liepen in het eerste kwartaal van 2021 verder op.

De ECB schat de inflatie voor de eurozone in 2023 in op 1,4%. In de eurozone lag de inflatie in februari van dit jaar op amper 0,9%. De Amerikaanse inflatiecijfers over februari waren eveneens geruststellend. De kerninflatie daalde tot 1,3% in januari. Wij verwachten dat in 2021 de prijzen zullen oplopen. Door de basiseffecten in de jaar-op-jaarcijfers zal er naar verwachting geen sprake zijn van structurele inflatie, maar van reflatie.

De visie eind vorig kwartaal

Eind 2020 schreven wij dat we voor 2021 rekening hielden met positieve rendementen op internationale aandelenbeleggingen en hoogrenderende bedrijfsobligaties. Tevens gingen we uit van wat reflatie door het opveren van de economische activiteit. Voor staatsobligaties zagen wij, gegeven de lage en veelal negatieve rentes, een beperkte rol in de beleggingsportefeuilles, maar voor bedrijfsobligaties zagen wij wel mogelijkheden. Omdat wij verwachtten dat het winstherstel voor het bedrijfsleven in 2021 doorzet en de ‘risk appetite’ van beleggers nog steeds groot is, waren wij enthousiast over aandelenbeleggingen.

Huidige visie

Wij verwachten dat de winstgroei van bedrijven de komende drie jaar beduidend hoger zal zijn dan de economische groei. Het klimaat voor aandelenbeleggingen blijft relatief gunstig. De obligatierente zal in Europa de komende jaren iets gaan stijgen. Daarom selecteren wij vooral leningen met kortere looptijden en hebben we obligaties als categorie in onze portefeuilles onderwogen.

Omdat de Amerikaanse en Chinese economie zich sneller herstellen van de corona-crisis, houden wij vast aan een relatief hoge weging van aandelen uit deze landen. In onze aandelenselectie geven we bovendien een extra accent aan aandelen uit cyclische sectoren, die van het opengaan van de economie zullen profiteren. Wij menen tevens dat met een aantal groeithema’s zoals ‘robotics’, digitale veiligheid en duurzame voedselverwerking, structureel goede rendementen behaald kunnen worden.

Beleggingsbeleid FundShare UCITS

Stroeve Beheerd Beleggen Groei

Voor aandelenbeleggers was het eerste kwartaal van 2021 uitstekend. Wereldwijd lieten aandelenbeurzen goede rendementen zien gedreven door de start van de vaccinatieprogramma’s tegen corona, optimisme over het economisch herstel en gunstige bedrijfscijfers. De performance van FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Groei bedroeg in het eerste kwartaal van 2021 6,73%, waarmee de koers van het fonds ultimo maart uitkwam op € 19,28.

De beursontwikkeling

Voor aandelenbeleggers kende het jaar 2021 een goede start. In de belangrijke regio’s stegen de aandelenkoersen. De Nederlandse AEX-index realiseerde in het eerste kwartaal een stijging van ruim 12%. Ook de Franse CAC 40 index (+9,3%), de Duitse DAX index (+9,4%), de Spaanse IBEX 35 index (+6,3%) en de Italiaanse FTSE MIB-index (+10,9%) stegen sterk. In de Verenigde Staten was het beeld niet anders, hoewel de stijgingen iets minder waren. De Dow Jones Industrial index steeg met 7,8%, terwijl de Nasdaq 100 index (+2,8%) en de S&P 500 index (+5,8%) iets lagere koerswinsten lieten zien. Ook op veel Aziatische aandelenbeurzen konden koerswinsten worden bijgeschreven. Een uitzondering hierop is China, waar de koersen in het eerste kwartaal daalden na een aanvankelijk goede start aan het begin van het jaar.

Economie

Het eerste kwartaal van dit jaar stond in het teken van de start van de vaccinatieprogramma’s, hogere economische groei- en winstprognoses en de nog steeds forse stimulansen van overheden en centrale banken. In het afgelopen kwartaal zijn de verwachtingen voor de economische groei in de VS behoorlijk opgeschroefd. Het vertrouwen van consumenten en ondernemers in de Amerikaanse economie nam toe door de succesvolle toepassing van het vaccinatieprogramma en een afname van het aantal mensen dat besmet is met het Covid-19 virus.

In de Verenigde Staten lijkt het erop dat de maatregelen die genomen zijn om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, sneller worden versoepeld dan in Europa. Het gevolg hiervan is dat in de VS de consumptieve bestedingen sterk zullen toenemen. Europa ligt met de vaccinatieprogramma’s achter op de VS, hetgeen ook van invloed zal zijn op de economische groeicijfers in de komende tijd. Wel blijft de industriële productie in Europa nog op peil. Ook zijn in Europa, net als in de VS, stimuleringsmaatregelen die de economie moeten ondersteunen. Het noodfonds van de Europese Commissie heeft wel een kleinere omvang dan de stimuleringspakketten die de regeringen Trump en Biden hebben gelanceerd. Ook China heeft zich herpakt wat terug te zien is in een herstel van de economische groei. De OESO raamt de economische groei voor China voor 2021 en 2022 op respectievelijk 7,8% en 4,9%.

De ontwikkelingen in de verschillende regio’s ondersteunen onze verwachting dat het winstherstel bij het bedrijfsleven door zal zetten naarmate de Covid-19 gerelateerde maatregelen geleidelijk aan zullen worden versoepeld. Dit is goed nieuws voor bedrijven en aandelenbeleggers.

De waarderingen op aandelenmarkten

De waarderingen op de aandelenmarkten zijn weliswaar stevig, maar deze worden ondersteund door een sterke, verwachte economische groei en fors betere bedrijfsresultaten in 2021. De winstcijfers over het jaar 2021 zullen de winstcijfers van 2019 naar verwachting gaan overtreffen. De waardering van de aandelenmarkten moet ook worden bezien in het perspectief van de lage renteniveaus. Hierdoor is het niet verwonderlijk dat de animo groot is om in aandelen te beleggen.

Bij Stroeve Lemberger hanteren we verschillende waarderingsmethodieken, maar parameters zoals de risicopremie van aandelen ten opzichte van staatsobligaties, achten we op dit moment relevanter dan koers-winstverhoudingen (k/w); een k/w van 25 bij een rente van 6% is iets heel anders dan eenzelfde k/w bij een rente van 1%. Technologie-aandelen zijn rente-gevoeliger dan industriële bedrijven, omdat zij het meer moeten hebben van hun toekomstige winstgroei. Het verklaart waarom de technologiebeurs Nasdaq de afgelopen weken door de oplopende Amerikaanse rente al een flinke correctie voor de kiezen kreeg.

Een hogere rente kan de animo voor beleggen in bepaalde type aandelen, met name groeiaandelen, verminderen. De rente is wereldwijd echter nog zo laag dat voor hogere rendementen aandelen nog verreweg de meest favoriete beleggingscategorie blijven. Wij zien ook geen overdreven euforie, maar wel zijn wij van mening dat de fantasie rond specifieke aandelen te ver is doorgeschoten. Veel beursgenoteerde bedrijven hebben voorlopig nauwelijks last van de oplopende rente. Het afgelopen jaar hebben zij hun kans gegrepen om de liquiditeitspositie aan te vullen door de uitgifte van nieuwe obligatieleningen tegen een lage rente en met een langere looptijd dan voorheen.

Groei van de winst per aandeel in de verschillende regio’s

Bron: Citi Research, MSCI, Worldscope, Factset estimates, bottom-up, consensus, maart 2021

Transacties

Naast de reguliere transacties die in het eerste kwartaal zijn uitgevoerd uit hoofde van stortingen en onttrekkingen, zijn tevens twee mutaties in de beleggingsportefeuille geëffectueerd; S&P Global is toegevoegd aan de portefeuille en de positie in Cerner is verkocht.

S&P Global, ook wel bekend om zijn kredietbeoordelingsbureau Standard & Poor’s, is een marktleider op het gebied van informatieverstrekking aan partijen op de kapitaal- en grondstoffenmarkten. Wij vinden S&P Global een interessant aandeel om op te nemen in de portefeuille, omdat het bedrijf actief is in verschillende segmenten die goede vooruitzichten bieden. Het bedrijf genereert inkomsten met onder meer het verstrekken en onderhouden van kredietratings, data-abonnementen en het leveren van allerlei soorten beursindices aan verschillende marktpartijen. S&P Global houdt de komende jaren rekening met een aanmerkelijke groei van de databehoefte van afnemers. Een voorbeeld hiervan is het leveren van ESG-data naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving die beleggingsondernemingen en vermogensbeheerders verplicht rekening te houden met duurzaamheidscriteria. Om goed in te kunnen spelen op de toenemende databehoefte is S&P Global een fusie aangegaan met dataleverancier IHS Markit.

Daarnaast hebben wij in het eerste kwartaal van 2021 onze positie in Cerner verkocht. Cerner is een leverancier van financiële informatiediensten voor de gezondheidszorg. Het klantenbestand bestaat uit gezondheidsorganisaties, individuele dokterspraktijken, de farmaceutische industrie en leveranciers van medische apparatuur. Hoewel wij overtuigd blijven van het beleggingsthema ‘informatie in de gezondheidszorg’, vonden wij toch de financiële- en beleggingsresultaten achterblijven bij onze verwachtingen. Wij voorzien op korte termijn geen aanzienlijke verbetering en hebben daarom besloten over te gaan tot verkoop van dit aandeel.

Duurzaam beleggen

Stroeve Lemberger geeft haar cliënten inmiddels alweer een aantal jaren de mogelijkheid te kiezen voor een duurzame beleggingsportefeuille. Toezichthouders in de financiële wereld vinden duurzaamheid ook belangrijk. Zij willen de geld- en kapitaalstromen zodanig beïnvloeden dat ondernemingen hun investeringen steeds meer op duurzame projecten richten, waarbij bijvoorbeeld de CO2-emissies worden verminderd. Daartoe is de SFDR, de Sustainable Financial Disclosure Regulation, opgesteld. Toezichthouders vinden het vooral van belang dat financiële partijen, dus ook vermogensbeheerders, transparant zijn over de manier waarop zij duurzaamheid incorporeren in hun beleggingsbeleid. De eerste fase van toepassing van de SFDR is op 10 maart 2021 ingegaan.

Op onze website wordt nader ingegaan op de manier waarop wij deze nieuwe regelgeving in ons beleggingsbeleid tot uitdrukking laten komen en hoe wij u hierover in de toekomst zullen informeren.

Beleggingsbeleid Fundshare UCITS

Stroeve Beheerd Beleggen Behoud

Obligatiebeleggers werden in het eerste kwartaal van 2021 geconfronteerd met stijgende rentetarieven. In de Verenigde Staten en Europa liepen de kapitaalmarktrentes sterk op. Dit zorgde voor negatieve rendementen voor veel vastrentende categorieën. De performance van de participatie FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Behoud bedroeg in het eerste kwartaal van 2021 -0,26%.

Verdeling portefeuille in de risicomijdende sfeer, Stroeve Beheerd Beleggen Behoud per 30 juni 2021
Oplopende kapitaalmarktrentes in het eerste kwartaal van 2021

Na een jaar van dalende rentetarieven op Europese staatsleningen was er in het eerste kwartaal van 2021 sprake van een ommekeer. Eind 2020 bedroeg het effectieve rendement op de 10-jarige Nederlandse staatslening nog -0,48%. In het eerste kwartaal liepen de rentes echter op. Voor de Nederlandse 10-jarige staatslening betekende dit dat het kwartaal werd afgesloten met een kapitaalmarktrente van -0,15%. De Duitse kapitaalmarktrente sloot het kwartaal af op -0,29%. In de Verenigde Staten liepen de kapitaalmarktrentes sterker op. In de eerste drie maanden lieten de Amerikaanse 10-jaars en 30-jaars rentes stijgingen zien van respectievelijk 83 basispunten en 71 basispunten. De belangrijkste reden voor deze rentestijging was de toenemende inflatievrees.

Terug van weggeweest: inflatievrees

Hoewel de inflatie in Europa en de VS al jaren ondermaats is, stak inflatievrees in het eerste kwartaal de kop op. Vooral in de VS was dit het geval, wat mede werd gevoed door hogere prijzen als gevolg van logistieke verstoringen en hogere grondstoffenprijzen. Ook de stimulerende maatregelen van de overheden en centrale banken, in combinatie met de verwachting dat consumenten hun bestedingen zullen opvoeren zodra de economieën geleidelijk weer open gaan, zorgen voor oplopende inflatievrees. In historisch perspectief is de inflatie echter nog steeds laag. Daar komt bij dat de globalisering en automatisering het algemeen prijspeil onder druk houden.

De inflatie in de VS blijft al jaren onder het door de Fed acceptabel geachte niveau van 2%. In de zomer van 2020 heeft de Fed aangegeven dat het ook bij een oplopende inflatie niet te snel zal overgaan tot het verhogen van het officiële rentetarief. De Fed streeft sindsdien naar een gemiddelde inflatie van 2%. Waarschijnlijk wordt tot 2023 de beleidsrente ongemoeid gelaten.

Christine Lagarde en Jerome Powell, de presidenten van de ECB en de Fed, hebben de laatste tijd geprobeerd om de onrust op de kapitaalmarkt weg te nemen. Zij wezen erop dat de economie voorlopig nog ruim onder het niveau van de potentiële productie ligt. Volgens hen zijn prijsstijgingen op dit moment vooral een gevolg van tijdelijke effecten. De Europese Centrale Bank heeft er vertrouwen in dat de inflatie niet uit de hand gaat lopen en voor 2023 wordt voor de eurozone rekening gehouden met een inflatie van 1,4%.

Het monetaire beleid

Het monetaire beleid van de ECB en Fed is nog steeds zeer ruim. Zowel in Europa als de Verenigde Staten zijn er opkoopprogramma’s van kracht waarbij de centrale banken acteren als een koper in de markt voor vastrentende waarden.

Het zogenaamde Pandemic Emergency Purchase Programme van de ECB werd in maart van dit jaar nog eens kracht bijgezet met zowel woorden als daden. De ECB maakte duidelijk dat het aankoopprogramma van obligaties zou worden opgevoerd als reactie op de oplopende kapitaalmarktrentes en toenemende inflatievrees. In de cijfers was dit effect in de tweede helft van maart ook duidelijk terug te zien.

Ook in de VS gaat het opkopen van obligaties door. De beleidsmakers van de Federal Reserve verklaarden vorige maand dat het nog enige tijd zal duren voordat aan de voorwaarden is voldaan om het opkoop programma op een lager pitje te zetten. Hoewel de rentetarieven op de kapitaalmarkt zijn opgelopen in het eerste kwartaal, gaan wij er vanuit dat de rentes in absolute zin de komende tijd op lage niveaus zullen blijven.

Landen en bedrijven emitteren veel

Net als in 2020 was er ook in het eerste kwartaal van dit jaar weer veel activiteit in de primaire markt. Overheden en bedrijven profiteren van de lage rentestanden door leningen uit te geven. Zo emitteerden overheden uit de eurozone in het eerste kwartaal alleen al meer dan € 370 miljard aan kapitaal.

In de Amerikaanse junkbondmarkt werd ook een record verbroken: in het eerste kwartaal werd hier voor maar liefst $ 140 miljard aan nieuw kapitaal opgehaald. Dit geeft enerzijds aan dat overheden en bedrijven willen profiteren van het nog steeds gunstige renteklimaat. In perioden van toenemende risicoaversie of afnemende liquiditeit is het namelijk lastiger om kapitaal op te halen. Anderzijds toont dit ook aan dat beleggers nog steeds beschikken over veel liquiditeiten en bereid zijn om overheden en bedrijven te voorzien van kapitaal.

Rendementsverwachtingen

Wij verwachten dat in 2021 de rendementen op hoogrenderende bedrijfsobligaties positief zullen zijn. De inflatie zal naar onze verwachting niet sterk oplopen. Er zal hoogstens sprake zijn van reflatie (een licht hoger prijspeil) door het opveren van economische activiteit.

Ten aanzien van staatsobligaties blijven wij terughoudend en zien wij, gegeven de lage en veelal negatieve rentes, een beperkte rol in onze beleggingsportefeuilles. Qua beleid sturen wij nog steeds op een korte duratie, wat inhoudt dat we binnen de beleggingsportefeuille de voorkeur geven aan leningen met kortere looptijden.

Voor bedrijfsobligaties blijven wij wel mogelijkheden zien, gegeven de verbeterende economische vooruitzichten. Gezien het huidige renteklimaat houden we voor 2021 nog steeds rekening met zeer bescheiden rendementsvooruitzichten voor het Stroeve Beheerd Beleggen Behoudfonds.

Rendementen categorieën vastrentend

*IG = Investment Grade
Rendementen in euro’s, m.u.v. EMLC Staatsleningen
Resultaten tot en met 31 maart 2021

Transacties

In het eerste kwartaal is de positie in een Fiat-obligatielening afgebouwd. De opbrengsten zijn toegevoegd aan de liquiditeiten.

FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Groei

Het SBB Groeifonds kent een offensief profiel, gericht op een zo hoog mogelijk rendement. SBB Groei belegt in meerdere beleggingscategorieën zoals aandelen in Europa en Amerika, Emerging Markets-aandelenfondsen, vastgoedbeleggingsfondsen, grondstoffenfondsen en goud. De portefeuille wordt actief beheerd en daarbij vindt een brede spreiding plaats om de risico’s te beperken. Afhankelijk van onze marktvisie, scenarioanalyse en relatieve waardering zullen activa, regio’s of valuta binnen de portefeuille een groter tactisch gewicht krijgen ten opzichte van de strategische (normale) allocatie en wordt ingespeeld op de financiële marktomstandigheden. De nadruk zal in dit fonds evenwel altijd liggen op het beleggen in aandelen en aandelenfondsen. Na uitvoerige analyse van macro-economische indicatoren en trends zoals ‘flow of funds’, wordt daarbij ook gekeken naar bottom-up-signalen, door analyse van bedrijfsresultaten en naar de waardering van individuele aandelen uit diverse regio’s. In de regio’s Europa en de VS wordt veelal direct in aandelen belegd. Bij beleggingen in Emerging Markets en in grondstoffen wordt gebruik gemaakt van de specifieke expertise van fondsmanagers.

FundShare UCITS Stroeve Beheerd Beleggen Behoud

De voornaamste doelstelling van het SBB Behoudfonds is voor u als cliënt op langere termijn een stabiel rendement te genereren dat ligt boven hetgeen op een spaarrekening is te behalen (vanzelfsprekend na alle kosten, dus netto). De portefeuille wordt belegd in obligaties en aan obligaties verwante producten, zoals structured notes met minimaal 90% hoofdsomgarantie. Een strakke risicobeheersing staat voorop.

Een tweede doelstelling is een buffer te vormen die bescherming biedt in tijden dat de aandelenmarkten slecht presteren. Teneinde de rendementsdoelstelling te behalen ontwikkelt de fondsmanager actief een visie op de obligatiemarkten. Dit betreft de toekomstige renteontwikkeling in de verschillende delen van de wereld, dus op de looptijd (duration) van de obligaties, de debiteuren die in de portefeuille worden opgenomen, een visie op de verschillende segmenten van de obligatiemarkt (high yield, Emerging Marketobligaties, variabel rentende leningen, inflation linkedobligaties etc.) tegen de achtergrond van de ontwikkelingen op de aandelen- en valutamarkten.

Ter bescherming van u als deelnemer in het SBB Behoudfonds zijn diverse richtlijnen cq beperkingen door de beheerder opgenomen die ervoor zorgen dat de fondsmanager geen overmatig risico kan nemen. Specifieke details over het risicomanagement in de Behoudportefeuille treft u aan in de Essentiele Beleggers Informatie (EBI).

Er kan zowel worden belegd in individuele obligaties alsook in obligatiefondsen. De nadruk bij de individuele obligaties ligt op obligaties met een nominale waarde van minimaal € 100.000. Een individuele obligatiebelegger kan vanwege de omvang lastig een breed gespreide portefeuille hierin opbouwen. Het SBB Behoudfonds kan en doet dit wel. Om dit te verzekeren zijn er normen over de spreiding/diversificaties in de fondsrestricties opgenomen. De obligatiefondsen worden vaak gebruikt om specifieke posities in bepaalde marktsegmenten in te nemen. In beperkte mate kan worden belegd in structured notes en meer specifiek in garantienotes met tenminste 90% hoofdsomgarantie op einddatum. U kunt dit zien als een obligatie waarvan het opwaarts potentieel gekoppeld is aan de stijging van de aandelenbeurzen, in plaats van een vaste coupon.